• ‘Als kind moet je veilig op kunnen groeien, goed verzorgd worden en kunnen ontdekken wie jij bent, wat je leuk vindt en waar je goed in bent. Soms zijn er problemen thuis waardoor dit lastig is. Wij zijn er voor jou en helpen de problemen thuis aanpakken. Zodat jij veilig verder kunt.’

    Anoek Janssen, gezinsmanager Jeugd Veilig Verder

Je woont even niet meer thuis

Als je ouders niet goed voor je kunnen zorgen of als het thuis niet veilig is, dan is het soms beter als je niet thuis blijft wonen. Dit kan voor enkele weken zijn of voor langer. De kinderrechter kan besluiten dat je niet meer thuis mag wonen of je ouders en jijzelf kunnen dat besluit nemen.

Er zijn veel verschillende redenen waarom je niet meer thuis kunt wonen. Bijvoorbeeld:

  • je wordt thuis veel geslagen of op een andere manier mishandeld en het stopt niet;
  • er is de hele tijd heftige ruzie tussen je ouder(s) en jou of tussen je ouders;
  • je ouders kunnen niet meer voor je zorgen omdat ze zelf grote problemen hebben.

We onderzoeken altijd eerst of je met hulp wel thuis kunt blijven wonen. Dat vinden we vanuit Jeugd Veilig Verder meestal de beste keuze. Maar als het écht niet gaat, kunnen we samen met jou en je ouder(s) kiezen voor een (tijdelijke) uithuisplaatsing. Hierbij kan soms ook de kinderrechter en de Raad voor de Kinderbescherming betrokken zijn. Contact met je eigen ouder(s) blijft belangrijk. Alleen in heel gevaarlijke situaties is contact niet toegestaan. De gezinsmanager van Jeugd Veilig Verder en/of de kinderrechter beslissen over hoe vaak je contact hebt met je ouder(s).

Waar ga je wonen?
Je kunt op verschillende plekken gaan wonen. Bijvoorbeeld bij je tante of oma, maar ook bij mensen die je nog niet kent. Dit heet een pleeggezin. Ook kun je in een instelling gaan wonen. Ondertussen werken we aan de situatie thuis. Als het beter gaat, dan kun je weer bij je ouders gaan wonen.